Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2024 op het beroep in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
de Staat der Nederlanden(de Minister voor Rechtsbescherming)
Inleiding
het primaire besluit) heeft het college het handhavingsverzoek van eiser daarom afgewezen.
het bestredenbesluit) heeft het college de afwijzing van eisers handhavingsverzoek in stand gelaten.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het college daarin heeft beslist op het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn handhavingsverzoek wegens overtreding van vergunningvoorschrift 5;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser in beroep tot een bedrag van € 2.082,75;
- bepaalt dat het college het door eiser betaalde griffierecht van €184,-- aan eiser vergoedt;
- veroordeelt het college tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van € 571,43 en de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van € 428,57;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser voor het indienen van zijn schadeverzoek tot een bedrag van € 125,-- en de Staat in de proceskosten van eiser voor het indienen van zijn schadeverzoek tot een bedrag van € 93,75.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.