ECLI:NL:RBMNE:2024:821
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vrees vooringenomenheid
De meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken ontving op 26 januari 2024 een verzoek tot verschoning van een politierechter in een strafzaak. De rechter stelde dat hij als voormalig advocaat persoonlijke informatie had verkregen over de verdachte en aangever, die relevant is voor de beoordeling van de hoofdzaak. Vanwege zijn geheimhoudingsplicht kon hij deze informatie niet toelichten, maar achtte hij het voorstelbaar dat een redelijke derde vrees voor vooringenomenheid zou kunnen hebben.
De verschoningskamer overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Hoewel rechters geacht worden onpartijdig te zijn, kunnen uitzonderlijke omstandigheden aanleiding geven tot objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Dit kan ook op basis van de schijn van partijdigheid zijn, los van de persoonlijke instelling van de rechter.
Gezien de door verzoeker aangevoerde omstandigheden, waaronder zijn eerdere rol als advocaat en het contact met partijen in de hoofdzaak, achtte de kamer deze uitzonderlijk en voldoende om de vrees vooringenomenheid objectief te rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen. De beslissing werd op 26 januari 2024 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de politierechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.