ECLI:NL:RBMNE:2024:884
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om hun recht op bijstand in te trekken vanwege het verrichten van geld waardeerbare activiteiten. Na afwijzing van hun aanvraag om bijstand verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om onverwijld bijstand te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald. Hoewel verzoekers financiële problemen hadden, zoals een schuld bij de zorgverzekeraar en een negatief banksaldo, was er geen sprake van een dreigende onomkeerbare situatie zoals een dreigende uithuiszetting of afsluiting van energie.
Ook was niet evident dat het bestreden besluit onrechtmatig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 2 februari 2024 door de voorzieningenrechter C.M. Dijksterhuis.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot verstrekking van bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.