ECLI:NL:RBMNE:2024:913
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor griffierecht in participatiewetprocedure
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor griffiekosten van €184,- in een procedure van zijn echtgenote bij de vreemdelingenrechter. Verweerder kende gedeeltelijk bijzondere bijstand toe, namelijk €98,-, omdat volgens het beleid griffierechten tot het bedrag voor onvermogenden (€86,-) niet worden vergoed vanuit bijzondere bijstand.
Eiser betwistte deze berekening en voerde aan dat verweerder onjuist had gerekend door rekening te houden met een aanvullende uitkering van het UWV. Verweerder stelde later dat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht niet mogelijk is, maar zag af van terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder een redelijke invulling is van zijn beoordelingsruimte en dat de griffierechten die onvermogenden geacht worden te kunnen betalen, terecht niet worden vergoed. De draagkrachtberekening van verweerder was correct en leidde tot het toegekende bedrag. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen hoger bedrag toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het toegekende bedrag aan bijzondere bijstand voor griffiekosten blijft ongewijzigd.