Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
nu gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), met daarin opgenomen een (voorlopige) schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van € 41.952,40. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie dit bedrag naar beneden toe bijgesteld (zie hierna).
- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 16.142964.22, waaronder het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel‘, opgemaakt door [verbalisant] , inspecteur van politie eenheid Midden-Nederland (hierna: het ontnemingsrapport);
- het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 21 februari 2024 in de onderliggende strafzaak met bovenvermeld parketnummer.
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
de verplichting op tot betaling van € 29.935,14 aan de staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;