Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Belastingdienst/Toeslagen,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- is ontstaan na 31 december 2005 (sub a);
- vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden (sub b); en
- niet is voldaan op het moment dat de aanvraag wordt gedaan (sub c).
alleenopeisbare betalingsachterstanden en hoofdsommen worden overgenomen, omdat zo wordt beoogd te voorkomen dat een gedupeerde in de problemen komt door incassomaatregelen. Ook de voorwaarde van de notariële akte is bewust in de regelgeving opgenomen. Zie hierover ook de uitspraak van deze rechtbank van 24 april 2023. [5] Uit hetgeen hiervoor overwogen is, volgt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Er is geen sprake van een toezegging in de zin die eiser voorstaat, namelijk een volledige vergoeding van alle private schulden.