Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om haar private schuld van €150.000,- over te nemen. Deze schuld betreft een lening uit Guinee, vastgelegd in een Franstalige notariële akte zonder vertaling. De Belastingdienst wees de aanvraag af omdat het een informele schuld betreft die niet voldoet aan de eisen van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), met name het ontbreken van een notariële akte volgens de Wet op het Notarisambt en het niet voldoen aan de opeisbaarheidsvoorwaarde.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de buitenlandse akte niet volstaat en dat het onderzoek naar de notariële akte gebrekkig is, waardoor het beroep gegrond is. Echter, de schuld is niet opeisbaar vóór 1 juni 2021, zoals vereist, omdat er geen concrete terugbetalingsafspraken zijn en invorderingsmaatregelen pas na die datum zijn genomen.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, maar laat zij de rechtsgevolgen in stand. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.