De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 14 februari 2024 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het meermalen handelen in heroïne en deelname aan een criminele organisatie in de periode van 4 mei tot en met 24 mei 2022 te Oudewater en Capelle aan den IJssel.
Tijdens de terechtzittingen op 25 augustus 2022 en 14 februari 2024 is het onderzoek ter terechtzitting gevoerd. Zowel de officier van justitie als de raadsman van verdachte hebben vrijspraak gevorderd en bepleit. De rechtbank heeft het dossier beoordeeld en geoordeeld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid of handel in heroïne. Tevens ontbrak bewijs voor betrokkenheid bij een criminele organisatie.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Daarnaast werd de teruggave gelast van in beslag genomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren, waaronder een paspoort, een telefoontoestel, twee sleutels en twee stukjes papier.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het vaststellen van wetenschap en deelname aan een criminele organisatie, en bevestigt dat zonder dergelijk bewijs vrijspraak volgt.