De zaak betreft een verzoek van de Officier van Justitie (OVJ) om een akte van naamskeuze van een minderjarige geboren in 2013 door te halen. Deze akte betrof een gecombineerde geslachtsnaam, opgesteld in de gemeente Soest op 30 april 2024.
De rechtbank overweegt dat de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG), die op 1 januari 2024 in werking trad, weliswaar mogelijkheden biedt voor het kiezen van een gecombineerde geslachtsnaam, maar dat het overgangsrecht niet van toepassing is op de minderjarige omdat hij vóór 2014 is geboren. Tevens is de akte van naamskeuze geen zelfstandig registerstuk maar wordt deze verwerkt als latere vermelding bij de geboorteakte, welke ontbreekt in dit geval.
De rechtbank concludeert dat zij geen bevoegdheid heeft om de losse akte van naamskeuze door te halen, zoals door de OVJ is verzocht. De rechtbank geeft de OVJ de gelegenheid schriftelijk te reageren en het verzoek zo nodig aan te passen. Daarna krijgen de ambtenaar van de burgerlijke stand en de ouders de mogelijkheid om hierop te reageren. Vervolgens zal de rechtbank een beslissing nemen of een zitting gelasten.
De ouders hebben een instemmingsverklaring ondertekend en zijn het eens met het standpunt van de OVJ en de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de akte geen rechtsgevolg heeft. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter E.A.A. van Kalveen op 17 januari 2025. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.