Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2025 in de zaak tussen
Islamitisch Kerkgenootschap Utrecht (IKU), uit Utrecht,
Gedeputeerde Staten van Utrecht (de provincie)
de gemeente)
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, Islamitisch Kerkgenootschap Utrecht (IKU) en Stichting Bijzondere Islamitische Begraafplaatsen in Nederland (BIBIN), verzochten de gemeente Utrecht om hulp bij het realiseren van een islamitische begraafplaats. De gemeente wees dit verzoek af omdat IKU volgens hen geen kerkgenootschap is zoals bedoeld in de Wet op de lijkbezorging (Wlb). De provincie handhaafde dit besluit in administratief beroep. De rechtbank behandelde het beroep op 21 januari 2025.
De rechtbank stelde vast dat de Verenigde Utrechtse Moslims (VUMO) geen belanghebbende zijn in deze procedure, omdat hun verzoek om hulp losstaat van dat van IKU. Vervolgens beoordeelde de rechtbank of IKU een kerkgenootschap is. Hoewel IKU formeel als kerkgenootschap is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, is het begrip kerkgenootschap niet gedefinieerd in de Wlb en vereist de rechtspraak een materiële beoordeling. IKU moet een organisatie van aangeslotenen zijn die zich richt op gemeenschappelijke godsverering, wat volgens de rechtbank niet is gebleken.
De rechtbank concludeerde dat IKU geen kerkgenootschap is, omdat het geen organisatie van aangeslotenen is en haar doelstelling zich richt op het realiseren van begraafplaatsen, niet op godsdienstige erediensten. Ook de door eisers aangevoerde activiteiten waren onvoldoende concreet onderbouwd. Daarom heeft IKU geen recht op gemeentelijke hulp bij grondverwerving. Daarnaast faalde het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en eisers kregen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van IKU wordt ongegrond verklaard omdat zij geen kerkgenootschap is en geen recht heeft op gemeentelijke hulp bij de realisatie van een islamitische begraafplaats.