ECLI:NL:RBMNE:2025:1024

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
UTR 25/783
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht

Eiseres, Coöperatieve Agrarische Bedrijfsverzorging AB Midden Nederland U.A., heeft op 27 januari 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De rechtbank heeft het griffierecht van €385,- vastgesteld en een betalingstermijn gesteld. Ondanks een aangetekende aanmaning op 30 januari 2025, die op 3 februari 2025 is ontvangen, werd het griffierecht pas op 26 februari 2025 voldaan, te laat volgens de rechtbank.

De rechtbank overweegt dat betaling van griffierecht een vereiste is voor ontvankelijkheid van het beroep op grond van artikel 8:41 Awb Pro. Omdat eiseres geen geldige reden gaf voor de late betaling, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank ziet daarom af van inhoudelijke behandeling van het geschil.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend, maar het te late betaalde griffierecht wordt aan eiseres terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier E.J.H.C. Hui op 11 maart 2025 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/783

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen

Coöperatieve Agrarische Bedrijfsverzorging AB Midden Nederland U.A.,uit Houten, eiseres
(gemachtigde: B. van der Plas),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 27 januari 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht te laat betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 385,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet op tijd wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 30 januari 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track and trace afgehaald bij het PostNL-punt op 3 februari 2025.
5. De rechtbank heeft het bedrag ontvangen op 26 februari 2025, dat is te laat. Eiseres heeft daarvoor geen reden gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
8. Omdat eiseres het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.