ECLI:NL:RBMNE:2025:1041
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling depotgeld wegens onzekerheid vaststellingsovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres de terugbetaling van een restbedrag van een depot van 50.000 dollar dat zij aan gedaagde had toevertrouwd. Gedaagde stelt dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten die finale kwijting verleent en dat hij reeds heeft betaald. De vaststellingsovereenkomst is echter betwist door eiseres, die stelt dat zij deze niet heeft ondertekend en dat haar gemachtigde deze alleen als betalingsbewijs zag.
De kantonrechter oordeelt dat voor een toewijzing in kort geding de feiten voldoende aannemelijk moeten zijn en dat nader onderzoek naar de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst nodig is, wat niet in kort geding kan plaatsvinden. Tevens is geen sprake van schending van de goede procesorde door het toestaan van stukken die gedaagde tijdens de mondelinge behandeling heeft ingebracht.
De vorderingen tot betaling van de restsom en het nietig verklaren van de vaststellingsovereenkomst worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De zaak is ongeschikt voor beslissing in kort geding vanwege de noodzaak van nader bewijs en onderzoek.
Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van het depotbedrag en nietigverklaring van de vaststellingsovereenkomst worden afgewezen.