Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[verweerster sub 1] ,
[verweerster sub 2],
[verweerster sub 3],
[belanghebbende 1],
2.
[belanghebbende 2],
Rechtbank Midden-Nederland
De kleinkinderen van de schrijfster [A], die certificaathouders zijn van de Stichting die de auteursrechten beheert, verzochten de rechtbank om twee bestuurders te ontslaan wegens taakverwaarlozing en om nieuwe bestuurders te benoemen. De rechtbank oordeelde dat hoewel in 2023 geen jaarvergadering werd gehouden, dit een eenmalige tekortkoming betrof die geen ernstige taakverwaarlozing oplevert. In 2024 vond wel een jaarvergadering plaats, hoewel met enige vertraging, wat werd toegelicht door het overlijden van een voormalig bestuurslid.
Daarnaast stelde de verzoeker dat er geen balans en staat van baten en lasten waren opgesteld over meerdere jaren. De rechtbank stelde vast dat de Stichting over de jaren 2022 tot en met 2024 voldoende financiële overzichten had verstrekt die voldeden aan de vereisten, en dat de verzoeker zelf erkende dat over deze jaren verantwoording was afgelegd. Ook over 2020 en 2021 was de verzoeker op de hoogte van de financiële situatie.
Gezien het voorgaande concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van taakverwaarlozing die ontslag van bestuurders rechtvaardigt. Het verzoek tot ontslag en benoeming van nieuwe bestuurders werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt, mede gezien de familierelatie en de indirecte kostenverdeling via de Stichting.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van bestuurders en benoeming van nieuwe bestuurders wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.