ECLI:NL:RBMNE:2025:1090
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen met wrakingsverbod
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, stellende dat onvoldoende vertrouwen bestaat in de onpartijdigheid vanwege het afwijzen van een uitstelverzoek. De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld, mede omdat een eerder identiek wrakingsverzoek reeds ongegrond was verklaard.
De wrakingskamer overweegt dat het afwijzen van een uitstelverzoek een procesbeslissing is die geen grond voor wraking kan vormen, tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid, wat hier niet is vastgesteld. Het verzoeker lukt niet aannemelijk te maken dat de rechter partijdig is of de schijn daarvan wekt.
Daarnaast concludeert de wrakingskamer dat verzoeker met zijn herhaalde wrakingsverzoeken en uitstelverzoeken misbruik maakt van het wrakingsmiddel om de behandeling van de hoofdzaak te vertragen. Daarom wordt een wrakingsverbod opgelegd, waardoor een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling wordt genomen.
De wrakingskamer draagt op dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet en dat deze beslissing aan alle betrokken partijen wordt medegedeeld. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt ongegrond verklaard en een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsmiddel.