Eiser heeft een aanvraag ingediend bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een vergoeding, welke door het fonds werd afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de zitting op 10 maart 2025 werd vastgesteld dat de rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd is omdat eiser woonachtig is in een andere gemeente.
De wet bepaalt dat het beroep moet worden behandeld door de rechtbank in het rechtsgebied van de woonplaats van de indiener van het beroepschrift. De rechtbank Midden-Nederland draagt daarom de zaak over aan de rechtbank die bevoegd is op grond van de woonplaats van eiser. Eiser heeft het griffierecht reeds voldaan, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter S.T. Könning en griffier P. Molenaar op 19 maart 2025. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.