ECLI:NL:RBMNE:2025:1110

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
UTR 23/3391 T3
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebrek in bestuursrechtelijke tussenuitspraak UWV

In deze bestuursrechtelijke zaak tussen eiseres BV en het UWV, met een derde-partij de ex-werknemer, heeft de rechtbank Midden-Nederland op 5 maart 2025 een tussenuitspraak gedaan. Deze tussenuitspraak betreft een verzoek van het UWV om verlenging van de termijn om een gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Eerder had de rechtbank het UWV acht weken gegeven om het gebrek te herstellen, met een verlenging tot 27 januari 2025. Het UWV verzocht vervolgens om een verdere verlenging van zes weken, omdat het nog niet beschikte over noodzakelijke informatie van de behandelend sector die essentieel is voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek om verlenging niet binnen de oorspronkelijke termijn is gedaan, maar ziet de onderbouwing als voldoende reden om de termijn alsnog te verlengen. De nieuwe termijn loopt tot 16 april 2025. Verder worden alle verdere beslissingen aangehouden tot de einduitspraak in het beroep.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het UWV om het gebrek in het besluit te herstellen tot 16 april 2025 en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3391-T3

Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2025 in de zaak tussen

[eiseres] BV, uit [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. drs. A. Jurg),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: S.M. Westmaas).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[ex-werknemer]uit Arnhem (de (ex-)werknemer)
(gemachtigde: mr. J.A.C. van Etten).

Procesverloop

Met de tussenuitspraak van 19 september 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Met de tussenuitspraak van 20 december 2024 (de tweede tussenuitspraak) heeft de rechtbank de termijn van de tussenuitspraak verlengd tot 27 januari 2025.
Met de brief van 20 februari 2025 heeft het Uwv de rechtbank bericht dat het Uwv inmiddels de machtiging van de werknemer uit Turkije heeft ontvangen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 29 januari 2025 informatie van de werknemer heeft opgevraagd bij de behandelend sector. Omdat de informatie van de behandelend sector nog niet binnen is verzoekt het Uwv om een verlenging van de termijn met zes weken.

Overwegingen

1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo'n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
2. Het Uwv verzoekt om de in de tweede tussenuitspraak gestelde termijn met zes weken te verlengen. De rechtbank stelt vast dat dit verzoek niet is gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tweede tussenuitspraak. De reden waarom het Uwv de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het Uwv nog niet beschikt over de informatie van de behandelend sector. Informatie die nodig is voor de beoordeling van (de duurzaamheid van) de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
3. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tweede tussenuitspraak te verlengen. Zij verlengt de termijn met zes weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak. Dat betekent dat de termijn op 16 april 2025 afloopt.
4. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
  • stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 16 april 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 maart 2025 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Niet eens met deze tussenuitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.