ECLI:NL:RBMNE:2025:1130

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
UTR 25/604
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen besluit gemeente Lelystad

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad, gedateerd 6 december 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit is ontvangen, maar vier dagen te laat op 21 januari 2025.

Eiseres heeft als reden voor de late indiening extreme stresssituaties in privé en werk aangevoerd. De rechtbank erkent deze omstandigheden, maar oordeelt dat dit geen geldige reden is om de beroepstermijn te verlengen. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om tijdig beroep in te dienen of dit door een ander te laten doen.

De beroepstermijn is een fatale termijn die niet kan worden gewijzigd. Bij het ontbreken van verschoonbare omstandigheden moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoedingen af.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier S. Ayyildiz op 5 maart 2025 te Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/604

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
6 december 2024.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 6 december 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 17 januari 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 21 januari 2025. Een na zes weken ontvangen beroepschrift is toch tijdig ingediend, indien het uiterlijk op de laatste dag van de beroepstermijn ter post is aangeboden.
4. De rechtbank heeft bij brief van 21 januari 2025 gevraagd aan eiseres waarom zij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Eiseres voert aan dat zij op dit moment te maken heeft met extreme stress situaties zowel privé als werk gerelateerd.
5. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiseres. Dit is echter geen geldige reden voor het niet op tijd instellen van het beroep. Het is ook onder deze omstandigheden de verantwoordelijkheid van eiseres om tijdig beroep in te dienen. Als eiseres zelf niet in staat is om beroep in te dienen, is het aan haar om te regelen dat iemand anders dat voor haar kan doen. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S.Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
.