De gecertificeerde instelling verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012, die momenteel geen passende behandeling ontvangt en niet naar school gaat. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met de minderjarige samen, maar de draagkracht lijkt uit balans. De vader was opgeroepen maar niet verschenen.
Tijdens de zitting met gesloten deuren sprak de kinderrechter met de minderjarige en nam de standpunten van de gecertificeerde instelling en de moeder in overweging. De GI handhaafde het verzoek tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, waar ook systemische begeleiding en dagbesteding mogelijk zijn. De minderjarige verblijft voorlopig bij zijn zus, maar dit is nog niet definitief.
De kinderrechter oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld. De beschikking is op 13 februari 2025 gegeven en op 14 maart 2025 schriftelijk vastgelegd.