Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifteonder meer de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachteter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
uittreksel justitiële documentatiebetreffende verdachte van 23 oktober 2024. Hieruit volgt dat verdachte zich veelvuldig schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten;
reclasseringsadviesvan Reclassering Nederland van 27 februari 2025, uitgebracht door N. Verweij (reclasseringswerker) en K. de Gier (unitmanager).
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 57, 63, 312 en 282 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26, 55 van de Wet wapens en munitie;
12.BESLISSING
gevangenisstrafvan
54 maanden;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft de meer gevorderde vergoeding van materiële schade met betrekking tot het gestolen contante geld niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat