ECLI:NL:RBMNE:2025:1212
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling ongegrond verklaard
Eiser, werkzaam als customer care medewerker, werd ziekgemeld op 19 september 2022. Het UWV besloot per 13 april 2024 het recht op ziekengeld te beëindigen omdat eiser meer kon verdienen dan 65% van zijn oorspronkelijke loon, conform de eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB).
Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat er sprake was van meer beperkingen dan vastgesteld door de verzekeringsarts en dat de arbeidsdeskundige onjuiste aannames had gedaan over zijn arbeidsmogelijkheden. De rechtbank toetste of de medische rapporten van de verzekeringsarts voldeden aan de voorwaarden van zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om de conclusies van de verzekeringsarts te weerleggen. Ook de arbeidsdeskundige had terecht geen aanvullende beperkingen vastgesteld, aangezien deze uitgaat van de medische beperkingen vastgesteld door de verzekeringsarts. De stellingen van eiser over de mate van samenwerken en urenbeperking werden eveneens verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen in stand bleef. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt ongegrond verklaard.