De Nationale Ombudsman heeft op 23 januari 2025 besloten om Stichting de Verbeelding en haar medewerkers te weigeren als gemachtigden in procedures op grond van de Wet open overheid (Woo) voor zes maanden wegens vermeend misbruik van recht. De stichting maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting geoordeeld dat er geen spoedeisend belang bestaat omdat de stichting de beslissing op bezwaar kan afwachten en het besluit niet evident onrechtmatig is. Het is onduidelijk of het besluit ook de gemachtigde in persoon betreft, maar dit is niet aannemelijk. De stichting wordt niet bedreigd in haar voortbestaan en het enkele feit dat zij verzoeken krijgt om op te treden is onvoldoende.
De rechter stelt dat de discussiepunten over de reikwijdte van het besluit en de vraag of een niet-natuurlijke persoon als gemachtigde geweigerd kan worden, in de bezwaarfase aan de orde kunnen komen. Omdat het besluit niet evident onrechtmatig is en er geen spoedeisend belang is, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.