ECLI:NL:RBMNE:2025:1262
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter stelt dat bij financiële geschillen alleen een voorlopige voorziening wordt getroffen als er sprake is van onverwijlde spoed, bijvoorbeeld door acute financiële nood of een onomkeerbare situatie. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij niet meer in staat is huur en basisbehoeften te betalen, maar de overgelegde stukken, waaronder bankafschriften en e-mails over een betalingsregeling, tonen aan dat er geen acute noodsituatie is.
Omdat geen spoedeisend belang is vastgesteld, kan alleen bij evident onrechtmatigheid van het besluit een voorlopige voorziening worden verleend. De rechter oordeelt dat dit niet het geval is op basis van de huidige stukken. Daarom wordt het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatigheid.