ECLI:NL:RBMNE:2025:127
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking kort geding ondanks late intrekking
Eiser heeft een kort geding aangespannen tegen gedaagde met de vordering tot plaatsing van een rectificatietekst op sociale media. De procedure werd ingetrokken nadat partijen een minnelijke regeling bereikten, vlak voor de geplande mondelinge behandeling.
Gedaagde verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling tegen eiser, stellende dat de late intrekking onnodige kosten veroorzaakte. Eiser betwistte dit en stelde dat de vertraging te wijten was aan gedaagde zelf en dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een proceskostenveroordeling na intrekking alleen toewijsbaar is bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Gezien de omstandigheden, waaronder het late moment van intrekking door toedoen van gedaagde en het ontbreken van een evident kansloze procedure, werd het verzoek afgewezen.
Beide partijen zijn griffierecht verschuldigd, maar gedaagde krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. De beslissing benadrukt het recht op toegang tot de rechter en de terughoudendheid bij het toewijzen van volledige proceskostenveroordelingen.
Uitkomst: Het verzoek van gedaagde tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen; beide partijen zijn griffierecht verschuldigd.