Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
enige tijd volgen van de Seat. Het handelen van verdachte is aan te merken als
roekeloos, de zwaarste vorm van schuld.
roekeloos. Dit betekent dat sprake is van schuld als bedoeld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, zodat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
kunnenremmen of zijn snelheid niet heeft
kunnenverminderen, zoals ten laste gelegd. De raadsvrouw heeft daartoe verwezen naar een door de verdediging overgelegd rapport van [onderzoeksbureau] B.V. van 21 augustus 2024.
niet mogelijkwas om zijn voertuig tijdig tot stilstand te brengen. [slachtoffer 2] heeft nog getracht naar rechts uit te wijken, maar ook daarmee was het, gezien de omstandigheden,
niet mogelijkeen aanrijding te voorkomen. De botsing van de Kia van [slachtoffer 2] tegen de Seat van [slachtoffer 1] was
onvermijdbaar.
onvermijdbaarwas. De rechtbank overweegt in deze context ook dat het verkeersgedrag van verdachte dermate onverwacht en onvoorspelbaar is geweest, dat [slachtoffer 2] hier geen rekening mee behoefde te houden, zelfs niet bij een onrustig verkeersbeeld voor hem.
5.BEWEZENVERKLARING
waardoor een ander, te weten:
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
10.BESLISSING
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;
ontzegtverdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen;