Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
[handelsnaam],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid voor schade na een brand in een bedrijfsruimte die door eiser aan gedaagde is verhuurd. Gedaagde gebruikte de ruimte als kapsalon en meldde in augustus 2022 problemen met de elektra. Er werden meerdere keren elektriciens ingeschakeld en uiteindelijk werd geadviseerd de meterkast te vervangen. Twee dagen voor de geplande vervanging brak brand uit.
Eiser vordert schadevergoeding wegens vermeende toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen van gedaagde. De rechtbank oordeelt dat het causaal verband tussen het handelen van gedaagde en de brand niet is vastgesteld, mede op basis van een deskundigenrapport dat door eiser zelf is ingediend. Daarom wordt de vordering afgewezen.
Gedaagde vordert op haar beurt schadevergoeding van eiser wegens het gebrek in de meterkast. De rechtbank wijst dit grotendeels af omdat eiser voortvarend heeft gehandeld door telkens een elektricien in te schakelen en het gebrek niet aan eiser kan worden toegerekend. Wel moet eiser de borg terugbetalen met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.
Beide proceskostenveroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken en zijn uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing geldt ook tijdens eventuele hoger beroep procedures totdat het gerechtshof anders beslist.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen; eiser moet borg en wettelijke rente aan gedaagde terugbetalen plus incassokosten.