Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
De overige tenlastegelegde ontuchtige handelingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen, omdat [slachtoffer 1] hierover heeft verklaard en die verklaring steun vindt. De inhoud van de bewijsmiddelen waarop de rechtbank dit oordeel baseert, volgen hierna.
A: Echt gezien.
A: hij ging tegen mijn bil maar het lukte niet om hem erin te stoppen
A: Een onderbroek.
A: Met tong
A: In Oekraïne en ook een beetje in Nederland.
A: Ja soms moet ik zijn piemeltje vasthouden. Dat vind ik een beetje spannend maar hij zegt dat en ik doe dat.
A: Ook iets doen.
O: [slachtoffer 1] doen haar hand om een potlood tot een vuist en beweegt haar hand op een neer.
A: twee of één keer. Een paar keer.
A: Oekraïne.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
ontucht met een kind onder de 16 jaaruit van een taakstraf van 120 uren dan wel 60 dagen jeugddetentie. De rechtbank heeft dit oriëntatiepunt als uitgangspunt genomen bij het bepalen van de straf. De persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zijn blanco strafblad en het Pro Justitia advies en de adviezen van de Raad en de jeugdreclassering zijn voor de rechtbank aanleiding om weliswaar een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, maar het onvoorwaardelijke deel te beperken tot de periode dat [verdachte] in voorarrest heeft gezeten. [verdachte] hoeft dus niet meer terug naar de jeugdgevangenis. De rechtbank heeft de rapporten van de deskundigen goed bekeken en ook goed geluisterd naar wat zij op zitting hebben verteld. [verdachte] is een kwetsbare jongen die ook zelf beschadigd is door wat er in zijn jeugd gebeurd is. Ook in [verdachte] ziet de rechtbank een slachtoffer. Hij is van slachtoffer tot dader verworden. Ondanks dat de rapporteurs van de Pro Justitia rapporten zich niet hebben uitgelaten over de toerekeningsvatbaarheid van [verdachte] , acht de rechtbank het aannemelijk dat door de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling er sprake is van een verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank heeft dit ook meegewogen in de bepaling van de straf. De rechtbank vindt het dan ook belangrijk dat bij de strafbepaling de nadruk komt te liggen op hulpverlening. De rechtbank wil [verdachte] niet ontmoedigen in de positieve lijn die hij heeft ingezet. Het naleven van de op te leggen bijzondere voorwaarden zal veel van [verdachte] vragen. Om overvraging te voorkomen zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen werkstraf opleggen.
9.VOORLOPIGE HECHTENIS
10.IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
75 dagen;
60 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
2 (twee)jaren vast;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- meewerkt aan traumabehandeling zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- meewerkt aan cognitieve gedragstherapie, en/of schematherapie, zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- meewerkt aan psycho-educatie met betrekking tot seksualiteit;
- meewerkt aan overige behandeling indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
- zal verblijven bij, en meewerken aan de begeleiding van, [instelling] zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding, waaronder school, dagbesteding en sport;
- geen contact legt of laat leggen met de slachtoffers, tenzij dit wordt goedgekeurd door de gezinsvoogd.