Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens incidentele conclusie,
2.De kern van de zaak
3.Wat is er gebeurd?
4.De beoordeling
5.De beslissing
woensdag 26 maart 2025om 09:30 uur,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert eiseres betaling van huurpenningen en opleveringsschade van gedaagde op grond van een garantstelling die verband houdt met een huurovereenkomst tussen eiseres en een bedrijf waarvan gedaagde indirect bestuurder is.
Gedaagde betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vanwege zijn woonplaats in België. De rechtbank beoordeelt de rechtsmacht aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) en oordeelt dat de Nederlandse rechter exclusief bevoegd is omdat het geschil rechtstreeks verband houdt met een huurovereenkomst van onroerend goed gelegen in Nederland.
De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter, die bevoegd is voor geschillen over huur van onroerend goed. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De procedure wordt voortgezet bij de kantonrechter zonder dat partijen verplicht zijn een advocaat te hebben.
Uitkomst: De Nederlandse rechter verklaart zich bevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter; gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.