ECLI:NL:RBMNE:2025:1318

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
590486 / HA RK 25-52
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek ingediend na einduitspraak in hoofdzaak

Verzoeker diende op 17 maart 2025 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in de hoofdzaak met zaaknummer C/16/550172. Op dezelfde dag werd in die hoofdzaak de einduitspraak gedaan door middel van een beschikking.

De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. De wrakingskamer toetst of er sprake is van persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.

Uit het wrakingsprotocol volgt dat een wrakingsverzoek dat wordt ingediend na het tijdstip van de einduitspraak in de hoofdzaak zonder zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard. Omdat verzoeker zijn wrakingsverzoek op dezelfde dag als de einduitspraak indiende, is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingediend op de dag van de einduitspraak in de hoofdzaak.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 590486 / HA RK 25-52
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 24 maart 2025
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 17 maart 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in de zaak met het zaaknummer C/16/550172 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Er is op 17 maart 2025 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak door middel van een beschikking.
1.3.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek niet gemotiveerd.

3.De beoordeling

Het toetsingskader
3.1.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij/zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij/zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij/zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
3.3.
Uit het wrakingsprotocol volgt dat een verzoek tot wraking zonder behandeling op zitting niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend op de dag dat er einduitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk.
3.4.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, zijn advocaat, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mr. N.A.J. Purcell en mr. J.R. Hurenkamp als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2025.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.