ECLI:NL:RBMNE:2025:1327
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft het beroep op 7 februari 2025 behandeld en beoordeelt of het besluit van het UWV rechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft besloten geen WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft te laat nieuwe medische stukken ingediend, waaronder een tussentijdse rapportage van een fysiotherapeut, bevestigingen van afspraken bij specialisten en een MRI-scan. Deze stukken en nieuwe medische gronden worden niet toegelaten omdat het UWV hier niet op kon reageren, wat strijdig is met de goede procesorde.
Eiseres stelt dat haar beperkingen onderschat zijn, onder meer dat zij niet kan knielen, hurken, buigen, en slechts beperkt kan zitten en staan. De rechtbank laat zich echter niet uit over de nieuwe medische gronden en beoordeelt alleen de eerder ingebrachte medische informatie. De verzekeringsarts van het UWV heeft de beperkingen begrijpelijk, volledig en concreet gemotiveerd en rekening gehouden met de bezwaren van eiseres.
De rechtbank concludeert dat er geen medische informatie is die wijst op meer beperkingen dan door de verzekeringsarts zijn aangenomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen WIA-uitkering toe te kennen.