Uitspraak
hierna te noemen: verdachte.
2.INLEIDING
primair: in de periode van 1 juni 2016 tot en met 13 februari 2017 in Almere met anderen stoffen en voorwerpen heeft verstrekt en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat deze bestemd waren voor professionele of grootschalige hennepteelt;
op 13 februari 2017 in Almere met anderen een ‘jammer’ (verstoorder) aanwezig heeft gehad, zonder vergunning zoals bedoeld in de Telecommunicatiewet;
op 13 februari 2017 in Almere met anderen ruim 13 kilogram hennep heeft geteeld dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad.
- er worden door de verdediging geen onderzoekswensen ingediend;
- het instellen van hoger beroep door de verdediging en het OM blijft achterwege, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform deze procesafspraken komt;
- er worden door de verdediging geen bewijs- en beslagverweren gevoerd;
- verdachte is aanwezig op de inhoudelijke behandeling;
- verdachte hoeft geen (nadere) verklaring af te leggen;
- verdachte doet afstand van de in een bijlage genoemde in beslag genomen goederen, waaronder een geldbedrag van in totaal € 73.780;
- het OM zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten overeenkomstig de procesafspraken;
- het OM zal rekwireren dat verdachte schuldig wordt bevonden, zonder dat er straf aan hem wordt opgelegd, zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
1 primair
in de periode van 1 juni 2016 tot en met 13 februari 2017 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) stoffen en voorwerpen in de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 2] aldaar (in ruimte [nummer] )
tulpen met tekst “A" “best" "basisvoeding" en "B" "best" "basisvoeding" en
(in ruimte 11)
(in ruimte 14)
in de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres 3] aldaar onder andere
en andere betaalmiddelen en gegevens, te weten
bestemd tot het plegen van feiten strafbaar gesteld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, heeft verstrekt en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat die stoffen en voorwerpen bestemd waren tot het plegen van die feiten;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BESLISSING
Strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;