Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.INLEIDING
- er worden door de verdediging geen onderzoekswensen ingediend;
- het instellen van hoger beroep door de verdediging en het OM blijft achterwege, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform deze procesafspraken komt;
- er worden door de verdediging geen bewijsverweren gevoerd;
- verdachte is aanwezig op de inhoudelijke behandeling;
- verdachte hoeft geen (nadere) verklaring af te leggen;
- verdachte doet afstand van het in een bijlage genoemde in beslag genomen goed, te weten een geldmachine;
- het OM zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van het feit overeenkomstig de procesafspraken;
- het OM zal rekwireren dat verdachte schuldig wordt bevonden, zonder dat er straf aan hem wordt opgelegd, zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BESLISSING
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;