De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de vader om de omgangsregeling met zijn dochter te wijzigen. De vader had in 2021 een herseninfarct gekregen waardoor hij niet meer zelfstandig kan wonen en beperkte verbale communicatie heeft. De oorspronkelijke regeling uit het ouderschapsplan voorzag in een verblijf van de dochter bij de vader om de veertien dagen, maar deze wordt niet nageleefd vanwege de veranderde omstandigheden.
De moeder woont met de dochter en verzorgt het contactmoment, waarbij zij wekelijks met de dochter naar het verpleegtehuis van de vader gaat. De vader wenst een vast contactmoment van minimaal twee uur per week, omdat de huidige onregelmatigheid spanning veroorzaakt. De moeder vindt een vaste dag en tijdstip te belastend en stelt voor de huidige flexibele regeling voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de omgangsregeling rechtvaardigen. De nieuwe regeling bepaalt een wekelijks contactmoment van minimaal twee uur, waarbij de moeder met de dochter naar het verpleegtehuis komt of de vader bij de moeder thuis het kind bezoekt. Een vaste dag en tijdstip worden niet opgelegd vanwege de belangen van het kind en de draagkracht van de moeder.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt eigen proceskosten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025 door kinderrechter H.E. Spruit.