Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
- de kosten tijdverlet niet zijn onderbouwd;
- de reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen indien met een advocaat wordt geprocedeerd;
- voor wat betreft de verzochte immateriële schade niet is aangetoond dat sprake is van geestelijk lijden;
- de proceskosten conform vaste jurisprudentie niet voor vergoeding in aanmerking komen.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van één (1) maand;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van twee (2) jarenvast;
taakstraf van 240 uren;
- verklaart [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die door verdachte ter verdediging tegen die vordering zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil.