Uitspraak
zaaknummer: UTR 24/3746
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: N.J. van Polanen).
Inleiding
Geschiedenis en totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbankWaar gaat het over?
Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
Wat is de grondslag van het besluit?
Beoordeling van de beroepsgronden van eiserDakterras of balkon aan de achterzijde
De goothoogte aan de voorzijde
De rechtbank stelt vast dat in dit geval het hemelwater van het platte dak, via de stadsuitlopen, wordt afgevoerd naar de schuine dakvlakken. Vanaf hier komt het terecht in de goten die onder de schuine dakvlakken hangen. De onderzijden van de schuine dakvlakken zijn de plekken waar het water vanaf druipt. Deze bevinden zich op gelijke hoogte met de dakgoten van de buren en zijn daarop aangesloten. De dakgoten liggen op een hoogte van 9,06 meter waarmee wordt voldaan aan de maximale goothoogte. Dat de dakgoot aan de onderzijde van het Frans balkon onderbroken is, maakt niet dat hiermee geen sprake meer is van een dakgoot. De stadsuitlopen dienen niet aangemerkt te worden als goten, omdat het water hiermee niet van de woning afdruipt. Het water valt vanaf daar namelijk op een ander deel van de woning voordat het vervolgens van de woning afdruipt. De uitspraak van de Afdeling waar eiser naar verwijst is geen gelijk geval, omdat er daar sprake was van rechtstreekse afwatering van het platte dak via regengoten naar het maaiveld en in dit geval is dat anders. De rechtbank concludeert dat de goothoogte op de juiste wijze is vastgesteld en dat de goothoogte de maximale goothoogte niet overschrijdt. Het bouwplan is daarom niet in strijd met het bestemmingsplan. De beroepsgrond slaagt niet.
Dakkapel of Frans balkon aan de voorzijde
Is het bouwplan in strijd met de redelijke eisen van welstand?
Deel 1: De Utrechtse aanpak. Hierin zijn algemene criteria opgenomen en worden de verschillende beleidsniveaus beschreven. In dit deel is ook opgenomen dat de commissie de ruimtelijke kwaliteitsadviezen met betrekking tot complexe en/of grootschalige bouwplannen verricht en dat de kleinere, veel voorkomende bouwwerken, ambtelijk kunnen worden getoetst op welstand. [4] Hierin zijn ook de criteria opgenomen van de betreffende beleidsniveaus. [5] Deel 2: Gebiedsbeschrijvingen en kaarten. De rechtbank stelt vast dat hieruit volgt dat op het adres het beleidsniveau B ‘respect’ van toepassing is. [6] Deel 3: Welstandscriteria en richtlijnen. In dit deel is opgenomen aan welke criteria en richtlijnen een aantal veelvoorkomende kleine bouwwerken moet voldoen.