Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:1376

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
C/16562065 / HA ZA 23-565
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over deskundigenonderzoek en bewijslevering in civiele procedure over lekkage

In deze civiele procedure tussen eisers en gedaagden staat de vraag centraal of de draingoot van de douche heeft gelekt, met name in april 2019. De rechtbank heeft een deskundige benoemd die onderzoek moet doen naar verschillende vocht- en lekkageproblemen in de woning, waaronder de draingoot.

Eisers willen bewijs leveren door middel van getuigenverhoren over de lekkage, terwijl gedaagden bezwaar maken tegen deze bewijsopdracht. De rechtbank overweegt dat het deskundigenonderzoek eerst moet worden afgerond, omdat dit mogelijk al duidelijkheid kan verschaffen over de lekkage en het horen van getuigen mogelijk overbodig maakt.

De rechtbank wijst op de aanzienlijke vertraging en kosten die getuigenverhoren met zich mee kunnen brengen. Daarom wordt bepaald dat eerst het deskundigenrapport moet worden afgewacht. Pas daarna mogen partijen conclusies indienen en zal worden beslist of bewijslevering door getuigen nodig is.

Tot slot wordt bepaald dat eisers het voorschot voor de kosten van de deskundige moeten betalen voordat het onderzoek begint. De zaak wordt aangehouden en op een later moment voortgezet, afhankelijk van de betaling en het rapport van de deskundige.

Uitkomst: De rechtbank wijst bewijslevering door getuigen voorlopig af en bepaalt dat eerst het deskundigenonderzoek moet worden afgerond.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/562065 / HA ZA 23-565
Vonnis van 19 maart 2025
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eiser sub 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. R.S. Schouten,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. D. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 februari 2025
- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 13 februari 2025
- de akte uitlating getuigenbewijs van [eisers] van 19 februari 2025
- de antwoordakte van [gedaagden]
1.2.
Ten slotte is bepaald dat dit vonnis wordt uitgesproken.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 30 oktober 2024 heeft de rechtbank de heer C. Verdoorn benoemd tot deskundige voor een onderzoek in deze zaak. In het tussenvonnis van
5 februari 2025 heeft de rechtbank [eisers] gevraagd of zij door middel van het horen van getuigen willen (proberen te) bewijzen dat de draingoot van de douche in april 2019 heeft gelekt. Ook heeft de rechtbank in dat vonnis bepaald dat de deskundige zijn onderzoek tot nader bericht moet opschorten. In de e-mail van de rechtbank aan partijen van
13 februari 2025 staat dat de rechter er de voorkeur aan geeft dat de deskundige zo snel mogelijk aan de slag gaat, maar dat de rechtbank het door het voortdurende debat tussen partijen over de vraag of de draingoot van de douche in april 2019 heeft gelekt noodzakelijk vond om [eisers] te vragen of zij hierover bewijs willen (proberen te) leveren. In hun akte van 19 februari 2025 hebben [eisers] meegedeeld dat zij door middel van getuigen willen (proberen te) bewijzen dat de draingoot van de douche heeft gelekt in de periode vanaf de renovatie door [gedaagden] in 2010 en voorafgaand aan de aankoop van de woning door [eisers] , en dat [gedaagden] in april 2019 vanwege lekkage van de douche de hulp van installatiebedrijf [bedrijf] hebben ingeroepen. [gedaagden] hebben vervolgens in hun antwoordakte van 5 maart 2025 meegedeeld dat zij bezwaar hebben tegen het verstrekken van een bewijsopdracht aan [eisers] Hun bezwaar hebben zij in die antwoordakte toegelicht.
2.2.
De rechtbank geeft op dit moment géén bewijsopdracht aan [eisers] over de door hen gestelde lekkage van (de draingoot van) de douche. Eerst moet de deskundige zijn onderzoek uitvoeren. Dit wordt hierna toegelicht.
2.3.
De vragen waarop de rechtbank van de deskundige antwoord wil krijgen zien op verschillende onderwerpen (zie het tussenvonnis van 30 oktober 2024): de lekkage van
25 december 2020, het vocht in het platte dak van de uitbouw, schimmel onder tegels in de badkamer, roest op metalen Lewisplaten in de badkamervloer, en de staat van de dakbedekking van de berging. De rechtbank vindt het noodzakelijk dat er eerst zoveel mogelijk duidelijkheid komt over al deze onderwerpen omdat dat waarschijnlijk het meest efficiënt is om in deze procedure te komen tot definitieve beslissingen in het eindvonnis. Als [eisers] nu eerst door middel van het horen van getuigen zouden mogen proberen te bewijzen dat de draingoot van de douche heeft gelekt, is dat namelijk misschien overbodig, terwijl het zeker is dat bewijslevering de procedure ernstig vertraagt en beide partijen veel geld kost. Bewijslevering is misschien overbodig, omdat het onderzoek van de deskundige mogelijk al duidelijkheid geeft over de door [eisers] gestelde lekkage. Zie het vonnis van 5 februari 2025, nummer 2.5. En als eerst getuigen moeten worden gehoord levert dat een vertraging op die een jaar of nog langer kan duren. Dat heeft verschillende redenen. In de eerste plaats zal het maanden duren voordat de eerste getuigenverhoren kunnen plaatsvinden. Dat komt doordat voor de planning van de getuigenverhoren de agenda’s van de rechtbank en van de partijen op elkaar moeten worden afgestemd. In de tweede plaats hebben [gedaagden] , na de getuigenverhoren op verzoek van [eisers] , het recht op tegenverhoor (waarin ook getuigen worden gehoord). En in de derde plaats mogen partijen nadat alle getuigen zijn gehoord schriftelijk hun mening geven over wat de uitkomst van de getuigenverhoren voor hun juridische positie betekent; eerst [eisers] en vervolgens [gedaagden] En door al deze werkzaamheden voor hun advocaten zal bewijslevering beide partijen duizenden euro’s extra kosten.
2.4.
Kortom, eerst gaat de deskundige aan het werk. Hij zal in een rapport zoveel mogelijk antwoord geven op de vragen van de rechtbank. Daarna mogen [eisers] en [gedaagden] conclusies na deskundigenbericht indienen. Eerst [eisers] en daarna [gedaagden] In hun conclusie na deskundigenbericht zullen [eisers] moeten meedelen of zij over de door hen gestelde lekkage van de douche nog bewijs willen leveren door middel van het horen van getuigen. [gedaagden] zullen daarop mogen reageren in hun antwoordconclusie na deskundigenbericht. Als [eisers] dan nog steeds bewijs willen leveren zal de rechtbank daarover vervolgens een beslissing nemen.
2.5.
Voordat de deskundige aan het werk gaat moet de nota voor het voorschot op zijn kosten door [eisers] worden betaald. De rechtbank zal bepalen dat die nota zo snel mogelijk naar [eisers] wordt gestuurd, met een termijn om te betalen.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat de griffie van de rechtbank het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak opdracht geeft de nota met het voorschot voor de kosten van de deskundige zo snel mogelijk naar [eisers] te sturen, met een termijn voor betaling,
3.2.
bepaalt dat de deskundige zo snel mogelijk nadat het voorschot (zie 3.1) door de rechtbank is ontvangen met zijn onderzoek begint,
3.3.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van
woensdag 1 oktober 2025
3.4.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
  • als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
  • na ontvangst ter griffie van het rapport van de deskundige: voor conclusie na deskundigenbericht van [eisers] op een termijn van vier weken,
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
Coll: WD/5648