Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser verzocht om een omgevingsvergunning voor het kappen van een grove den op zijn perceel, stellende dat de boom scheef staat en een gevaar vormt voor bebouwing en personen. Het college weigerde de vergunning op grond van de bomenverordening, omdat de boom geen aantoonbaar gevaar vormde en snoeien een alternatief was.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van twee deskundigenrapporten, die beide concludeerden dat de boom in redelijke conditie was en geen direct gevaar opleverde. De scheefstand was een bekende eigenschap van de soort en kon worden gecompenseerd door snoeien. De rechtbank volgde het college in de belangenafweging waarbij het behoud van de boom zwaarder woog dan het belang bij kap.
Eiser voerde aan dat de boom verder scheef was gaan staan na het besluit, maar de rechtbank kon daar in deze procedure niet op ingaan. Ook werden de proceskosten van eiser niet toegewezen omdat het beroep ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het college het besluit op juiste gronden had genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering omgevingsvergunning voor het kappen van de grove den wordt ongegrond verklaard.