Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:1452

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
UTR 23/5468
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:38 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken kopie besluit

Eiser heeft op 2 november 2023 beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente De Ronde Venen. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht om een kopie van het besluit waartegen het beroep is gericht, conform artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De eerste brief van de rechtbank op 16 oktober 2024 kon niet worden bezorgd en is later per gewone post verzonden met de mededeling dat de termijn niet opnieuw startte. Een tweede brief op 20 november 2024 is wel ontvangen, waarin eiser werd verzocht uiterlijk 18 december 2024 het besluit te overleggen.

Eiser heeft niet gereageerd en de rechtbank heeft het besluit niet ontvangen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro, waardoor het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een kopie van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5468

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente de Ronde Venen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 2 november 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar hij het niet mee eens. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 16 oktober 2024 een brief gestuurd, waarin staat dat eiser uiterlijk 13 november 2024 een kopie moet opsturen van het besluit waar hij het niet mee eens is. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 5 november 2024 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 16 oktober 2024 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt. De rechtbank heeft eiser op 20 november 2024 nogmaals in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 18 december 2024 een kopie van het besluit over te leggen. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd en voor ontvangst getekend op 23 november 2024.
4. Eiser heeft niet gereageerd op deze brieven. De rechtbank heeft het verzochte besluit niet ontvangen.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.