In deze civiele procedure vordert oorspronkelijk eiser betaling van een bedrag op grond van een leningsovereenkomst. De authenticiteit van de handtekening van oorspronkelijk gedaagde op deze overeenkomst wordt betwist. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis het voornemen geuit om een handschriftdeskundige te benoemen om deze authenticiteit te onderzoeken.
Beide partijen stemmen in met het benoemen van de deskundige, de heer ing. C. Verhulst van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, die geen banden heeft met partijen. De kantonrechter stelt de onderzoeksvragen vast, gericht op het vaststellen van overeenstemming en mogelijke vervalsing van de handtekening.
De kosten van het onderzoek worden voorlopig toegerekend aan de partij die de bewijslast draagt, oorspronkelijk gedaagde, die ook het voorschot moet betalen. Partijen krijgen tot 30 april 2025 gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de hoogte van het voorschot. Verdere beslissingen worden aangehouden.