ECLI:NL:RBMNE:2025:1537
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen annuleringskosten en schadevergoeding bij beëindiging bemiddelingsopdracht financiering
In deze zaak vordert eiseres betaling van annuleringskosten nadat gedaagde de bemiddelingsopdracht voor het verkrijgen van een financiering zou hebben beëindigd. Gedaagde stelt echter dat eiseres zelf haar opdracht heeft stopgezet en vordert schadevergoeding wegens extra gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelt dat niet vaststaat dat gedaagde de opdracht heeft beëindigd tijdens het telefoongesprek van 24 juli 2024. Eiseres heeft dit niet voldoende onderbouwd en de getuige kon zich de inhoud van het gesprek niet herinneren. Verder stond het gedaagde vrij om het aanbod van eiseres van 11 september 2024 af te wijzen, omdat de opdracht feitelijk op 25 juli 2024 was geëindigd toen eiseres haar werkzaamheden staakte.
Ten aanzien van de schadevergoeding aan gedaagde oordeelt de rechtbank dat eiseres slechts een inspanningsverplichting had en dat niet is gebleken dat zij onvoldoende inspanningen heeft geleverd. Partijen worden veroordeeld in hun eigen proceskosten, die nihil worden begroot.
De vorderingen van beide partijen worden afgewezen en partijen hoeven elkaar geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en veroordeelt hen in hun eigen proceskosten, begroot op nihil.