ECLI:NL:RBMNE:2025:1567

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
7 april 2025
Zaaknummer
C/16/588740 / FV RK 25-391
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens gebrek aan actuele medische verklaring

De officier van justitie verzocht op 8 mei 2024 om een zorgmachtiging voor betrokkene voor zes maanden. De rechtbank kende aanvankelijk meerdere zorgmachtigingen toe, waarvan één tot 23 november 2024. Betrokkene was niet bij de zittingen aanwezig, en de rechtbank kon niet vaststellen of hij van de zittingen op de hoogte was.

Betrokkene stelde cassatie in tegen enkele beschikkingen. De Hoge Raad vernietigde de beschikking van 17 juni 2024 wegens gebreken in de medische verklaring en wees het geding terug naar de rechtbank. Na terugwijzing behandelde de rechtbank het verzoek opnieuw op 5 maart 2025.

De rechtbank oordeelde dat op het moment van de vernietigde beschikking onvoldoende grond bestond voor het verlenen van de machtiging, omdat de medische verklaring dateerde van 30 april 2024 en betrokkene op 4 juni 2024 ontslagen was uit opname. Er ontbrak een actuele medische verklaring van een onafhankelijke psychiater. Zonder deze verklaring kan geen zorgmachtiging worden verleend, ook niet als overbruggingsmachtiging.

Betrokkene was wederom niet verschenen bij de zitting van 5 maart 2025, maar de rechtbank achtte dit niet schadelijk voor zijn belangen, mede omdat zijn advocaat verklaarde dat betrokkene geen zorgmachtiging wenste. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek om een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens het ontbreken van een actuele medische verklaring.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/588740 / FV RK 25-391
Datum uitspraak: 2 april 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. I.L. Ortelee.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De officier van justitie heeft op 8 mei 2024 een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend om voor betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
1.2.
De rechtbank heeft dit verzoek op 23 mei 2024 behandeld en het verzoek toegewezen tot en met 23 juni. De rechtbank heeft de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden. Betrokkene was niet bij de zitting verschenen en de rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of betrokkene wist van de zitting.
1.3.
De rechtbank heeft op 17 juni 2024 de mondelinge behandeling hervat en het verzoek toegewezen tot en met 28 juni 2024. De rechtbank heeft wederom de beslissing op het overige deel van het verzoek aangehouden, nu in afwachting van een geactualiseerde medische verklaring.
1.4.
Op 27 juni 2024 heeft de rechtbank de mondelinge behandeling hervat en het resterende deel van het verzoek toegewezen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend tot en met 23 november 2024 en de verzochte vormen van verplichte zorg toegewezen.
1.5.
Betrokkene heeft cassatie ingesteld tegen de beschikkingen van 17 juni 2024 en 27 juni 2024. De Hoge Raad heeft bij beschikking van 7 februari 2025 de beschikking van 17 juni 2024 vernietigd. Het cassatieberoep tegen de beschikking van 27 juni 2024 heeft de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad heeft het geding teruggewezen naar deze rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
1.6.
De mondelinge behandeling na terugwijzing heeft plaatsgevonden op 5 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • [A] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
  • [B] , psychiater;
  • [C] , geneesheer-directeur.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.

3.De beoordeling

Het toetsingskader
3.1.
De rechtbank moet na cassatie en verwijzing opnieuw beslissen op het verzoek van de officier van justitie.
3.2.
De Hoge Raad heeft de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2024 vernietigd, waarin de zorgmachtiging is verleend tot en met 28 juni 2024. Ten tijde van de
beoordeling is dus de machtiging waarover de rechtbank opnieuw moet beslissen vervallen. Op basis van de rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechtbank in dit geval beoordelen of op het tijdstip dat de vernietigde beslissing werd gegeven voldoende grond bestond voor het verlenen van de verzochte machtiging. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is en zal het verzoek daarom afwijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
3.3.
De medische verklaring bij het verzoekschrift dateert van 30 april 2024. Betrokkene was op dat moment opgenomen bij [instelling] . Op 4 juni 2024 is betrokkene met ontslag gegaan. Op de zitting van 17 juni 2024 ontbreekt een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater over de actuele toestand van betrokkene. De rechtbank heeft destijds geoordeeld dat kennelijk de toestand van betrokkene veranderd was ten opzichte van de toestand op 30 april 2024. Betrokkene was immers op dat moment weer thuis. Als een medische verklaring over de actuele toestand van betrokkene ontbreekt, kan geen machtiging worden verleend, ook niet voor een korte periode als een ‘overbruggingsmachtiging’. Bij die stand van zaken moet het verzoek worden afgewezen.
3.4.
De rechtbank stelt verder vast dat betrokkene niet op de zitting van 17 juni 2024 én de zitting van 5 maart 2025 is verschenen. Uit de omstandigheden kan niet worden afgeleid dat betrokkene heeft afgezien van het recht gehoord te worden. Omdat de rechtbank het verzoek (nu) zal afwijzen, gaat de rechtbank ervan uit dat betrokkene door niet te verschijnen niet in zijn belangen in geschaad. Hij wilde immers geen zorgmachtiging, zo heeft de advocaat op de zitting aangevoerd.

4.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Minkjan als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.