Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Overwegingen
mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr.S. Vermeer, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van twee woningen vast en legde op basis daarvan aanslagen op. De eiser, handelend namens een bedrijf, stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar die de WOZ-waarde handhaafde. De rechtbank stelde vast dat de eiser niet voldeed aan de procesvereisten, doordat hij geen uittreksel van het handelsregister en statuten overlegde die bevoegdheid tot beroep aantoonden.
De rechtbank gaf de eiser meerdere kansen om de ontbrekende stukken aan te leveren, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de eiser bevoegd was om namens het bedrijf beroep in te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure af.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 24 maart 2025. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vereiste stukken en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.