ECLI:NL:RBMNE:2025:1663
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag
Eiser werkte bij een bedrijf en nam op 24 maart 2024 zelf ontslag. Het Uwv kende aanvankelijk een WW-uitkering toe, maar wijzigde dit besluit later omdat eiser verwijtbaar werkloos was geworden. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn ontslag gerechtvaardigd was vanwege een ernstige privacyinbreuk door zijn werkgever.
De rechtbank beoordeelde de situatie en concludeerde dat de werkgever weliswaar per abuis persoonsgegevens van eiser had gedeeld met andere werknemers, maar dit was een fout die snel werd hersteld met excuses en een verzoek tot verwijdering. Deze inbreuk was niet dusdanig ernstig dat voortzetting van het dienstverband niet van eiser kon worden gevergd.
De rechtbank verwierp de verwijzing van eiser naar een eerdere uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar waren. Daarom was het besluit van het Uwv om de WW-uitkering te weigeren terecht. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij verwijtbaar werkloos is geworden door eigen ontslag zonder gegronde reden.