Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Midden-Nederland
De vennootschap onder firma [eiseres] huurde een bedrijfsruimte op een terrein dat na een brand was herontwikkeld. Op 23 februari 2024 vond een inbraak plaats waarbij 41 dozen kleding werden gestolen. [eiseres] stelde de verhuurder [gedaagde] aansprakelijk wegens tekortkoming in de zorgplicht, met name vanwege het ontbreken van een slagboom en onvoldoende beveiligingscamera's, en vorderde een schadevergoeding van €68.682,10.
De rechtbank oordeelde dat de slagboom op het moment van de inbraak nog niet aanwezig was vanwege lopende werkzaamheden aan het terrein. Uit camerabeelden bleek dat de inbrekers doelgericht en snel handelden. De rechtbank vond dat het ontbreken van de slagboom de inbraak niet had kunnen voorkomen, mede omdat de inbrekers de slagboom eenvoudig hadden kunnen passeren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de beveiligingscamera's van onvoldoende kwaliteit waren.
De stelling van [eiseres] dat de kans op inbraak aanzienlijk kleiner zou zijn geweest met een slagboom werd verworpen, evenals het beroep op proportionele aansprakelijkheid. De rechtbank concludeerde dat het causaal verband tussen de vermeende tekortkomingen en de schade ontbrak en wees de vordering af. Tevens werd [eiseres] veroordeeld in de proceskosten van €1.765,00.
Uitkomst: De vordering van de huurder tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband met de afwezigheid van de slagboom.