Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres is sinds november 2015 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2019 werd zij voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. Op verzoek van haar werkgever vond een nieuwe herbeoordeling plaats per 1 mei 2021, waarna het UWV haar een IVA-uitkering toekende wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Eiseres betwistte de hoogte van deze uitkering en stelde dat het UWV onjuiste loongegevens gebruikte, met name dat het uurloon na 1 mei 2021 hoger was. Zij verwees naar artikel 13a Wet WIA en een eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland. De rechtbank oordeelde echter dat voor de vaststelling van het dagloon de referteperiode dwingend is en dat het maatmaninkomen geen invloed heeft op de hoogte van de uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verwierp ook het beroep op de hardheidsclausule van artikel 64, tiende lid, Wet WIA omdat eiseres geen kennelijke hardheid aannemelijk maakte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarmee de vastgestelde hoogte van de IVA-uitkering per 1 mei 2021 stand hield.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de IVA-uitkering per 1 mei 2021 is ongegrond verklaard.