Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 april 2025 in de zaak tussen
[verzoeker sub 1],
[verzoeker sub 2],
[vergunninghouder] B.V.uit [plaats 2] (vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere heeft op 20 december 2024 een omgevingsvergunning verleend aan een vergunninghouder voor de bouw van twee woongebouwen met 72 woningen aan een straat in een plaats. Verzoekers, beiden uit die plaats, hebben tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit volgt uit artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft bij een eerdere uitspraak het beroep van verzoekers tegen het besluit niet-ontvankelijk verklaard, waardoor er geen bezwaar- of beroepsprocedure meer loopt.
Omdat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd als er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 april 2025 door de voorzieningenrechter S.C.A. van Kuijeren, in aanwezigheid van griffier C.H. Verweij. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.