ECLI:NL:RBMNE:2025:1766
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuurlijke boete en last onder dwangsom voor woningverbouwing zonder vergunning
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een bestuurlijke boete van €7.500,- en een last onder dwangsom van €7.500,- opgelegd wegens het verbouwen van een zelfstandige woning tot drie appartementen zonder de vereiste vergunningen. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €3.750,-, maar de last onder dwangsom bleef ongewijzigd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een overtreding van de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, omdat de woning na verbouwing uit ten minste twee woonruimtes bestond waarvoor geen vergunning was verleend. Het argument van eiser dat er geen overtreding was omdat de ruimtes niet afzonderlijk werden verhuurd, werd verworpen op basis van jurisprudentie van de Raad van State.
Verder faalde het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel, omdat het college slechts had aangegeven dat de dwangsom niet zou worden verbeurd bij tijdige beëindiging van de overtreding, maar niet dat de last onder dwangsom zou worden ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete en last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.