Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De feiten
4.2 The Parties shall not make or publish any disparaging remarks, opinions or views
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, voormalig bestuurder en consultant bij een Poolse organisatie, vordert een voorlopig getuigenverhoor in verband met vermeende onrechtmatige uitlatingen door verweerder die tot beëindiging van een sollicitatieprocedure leidden. Verzoeker baseert dit op een schending van een geheimhoudings- en reputatiebeding uit een vaststellingsovereenkomst.
De rechtbank overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor dient om vooraf opheldering te verkrijgen over feiten die relevant zijn voor een mogelijke bodemprocedure. Het verzoek moet voldoende concreet zijn en mag niet leiden tot een 'fishing expedition'.
De rechtbank wijst het verzoek toe voor vier getuigen die direct betrokken zijn bij de relevante gesprekken en de vaststellingsovereenkomst, maar wijst het verzoek af voor overige getuigen wegens gebrek aan relevantie, onvoldoende belang en misbruik van bevoegdheid. Tevens worden praktische aanwijzingen gegeven over de procedurele afwikkeling van het getuigenverhoor.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt deels toegewezen en beperkt tot vier relevante getuigen.