ECLI:NL:RBMNE:2025:1893

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
11611447 / MV EXPL 25-53 D/1403 van
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming bedrijfsruimte wegens hoge huurachterstand en betaling achterstallige huur

In deze kortgedingprocedure vordert verhuurder betaling van een aanzienlijke huurachterstand en ontruiming van de gehuurde bedrijfsruimte door huurder. De huurovereenkomst betreft een bedrijfsruimte met een huurprijs van € 1.995,92 per maand, ingaande 1 juli 2023. Huurder heeft sinds juli 2024 een oplopende huurachterstand opgebouwd, die inmiddels € 15.703,22 bedraagt. Ondanks aanmaningen en een poging tot schuldhulpverlening heeft huurder niet voldaan.

Huurder is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar is niet verschenen, ook niet op de juiste locatie. Daarom is verstek verleend. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand en bijkomende kosten deugdelijk zijn gespecificeerd en niet worden betwist. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen, omdat een huurachterstand van meer dan drie maanden een gegronde reden is voor ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure.

De kantonrechter veroordeelt huurder tot betaling van de achterstallige huur, de contractuele boetes en sommatiekosten, tot betaling van de lopende huur vanaf april 2025 tot ontruiming, en tot ontruiming van de bedrijfsruimte binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de proceskosten aan huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en bijkomende kosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Vonnis in kort geding van 22 april 2025
in de zaak met zaaknummer / rolnummer 11611447 / MV EXPL 25-53 D/1403 van
[eiser],
(mede) h.o.d.n. [handelsnaam 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [handelsnaam 1] ,
gemachtigde mr. A.G. Ton,
tegen
[gedaagde],
(mede) h.o.d.n. [handelsnaam 2] (v.o.f.),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [handelsnaam 2] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 maart 2025, met producties 1 t/m 8,
- een overzicht van de actuele betalingsachterstand, de correspondentie richting huurder en de reactie van huurder, overgelegd door de gemachtigde van [handelsnaam 1] op 4 april 2025 ten behoeve van de mondelinge behandeling,
- de mondelinge behandeling van 7 april 2025, waarbij [handelsnaam 2] niet is verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[handelsnaam 2] huurt van [handelsnaam 1] , als verhuurder, de bedrijfsruimte, gelegen aan het adres [adres] te [plaats] , op basis van een huurovereenkomst, aangegaan voor een periode van 5 jaar, ingegaan op 1 juli 2023. De huurprijs bedraagt thans € 1.995,92 (inclusief btw) per maand. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte, in de zin van artikel 7:230a BW van toepassing. Op 30 augustus 2024, 30 september 2024 en 3 oktober 2024 heeft [handelsnaam 1] [handelsnaam 2] aangeschreven wegens de achterstand in de huurbetaling. Op 2 november 2024 heeft [handelsnaam 2] twee bedragen overgemaakt. [handelsnaam 2] is aangemeld voor een schuldhulpverleningstraject. [handelsnaam 1] zou een stabilisatiebrief ontvangen, maar dit is tot op heden niet gebeurd. De huurachterstand is blijven oplopen sinds juli 2024 en bedraagt inmiddels € 15.703,22. Van [handelsnaam 1] kan onder deze omstandigheden niet langer worden gevergd om de huurovereenkomst voort te laten duren. [handelsnaam 1] vordert daarom in deze procedure betaling van de huurachterstand en bijkomende kosten, alsmede de ontruiming van het gehuurde.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter stelt vast dat [handelsnaam 2] op de juiste datum en tijd bij deze rechtbank is opgeroepen, maar op de verkeerde locatie, namelijk Almere. Ten tijde van de mondelinge behandeling is geverifieerd en gebleken dat [handelsnaam 2] niet is verschenen, ook niet op de opgeroepen locatie in Almere. Derhalve heeft hij geen verweer gevoerd. Tegen [handelsnaam 2] is verstek verleend.
3.2.
De bij dagvaarding gevorderde bedragen aan huurachterstand zullen worden toegewezen, nu deze door [handelsnaam 1] deugdelijk zijn gespecificeerd en toegelicht en overigens niet worden betwist.
3.3.
De (contractuele) boetes en de sommatiekosten is [handelsnaam 2] verschuldigd, op grond van de gesloten huurovereenkomst, en deze zullen daarom eveneens worden toegewezen, zoals gevorderd.
3.4.
De kantonrechter acht de gevorderde ontruiming eveneens toewijsbaar. Gebleken is dat er een huurachterstand is van meer dan drie maanden. In een bodemprocedure zal deze tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst kunnen rechtvaardigen, zodat, daarop vooruitlopend, de ontruiming voorshands reeds kan worden toegewezen. De termijn van ontruiming zal veertien dagen zijn, na de betekening van dit vonnis, zoals ook is gevorderd.
3.5.
[handelsnaam 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [handelsnaam 1] betalen. Dat is een bedrag van € 1.559,02. Dit bedrag bestaat uit € 149,02 aan kosten dagvaarding, € 732,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [handelsnaam 2] om, binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] te [plaats] , met alle zich daarin
bevindende personen en goederen, en al hetgeen daartoe verder behoort, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [handelsnaam 1] te stellen;
4.2.
veroordeelt [handelsnaam 2] om aan [handelsnaam 1] te betalen een bedrag van € 13.150,56;
4.3.
veroordeelt [handelsnaam 2] om aan [handelsnaam 1] te betalen een bedrag van € 1.995,92 (inclusief BTW) per maand, vanaf de maand april 2025 tot aan de dag van algehele ontruiming;
4.4.
veroordeelt [handelsnaam 2] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [handelsnaam 1] tot vandaag vastgesteld op € 1.559,02;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025.