Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
[derde belanghebbende] B.V. (ex-werkgever)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist het UWV-besluit waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WIA-uitkering is vastgesteld op 59,84%, terwijl hij stelt volledig arbeidsongeschikt te zijn (80-100%). Na een uitgebreide procedure met meerdere medische rapportages en aanvullend bewijs, beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht tot deze vaststelling is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij verzekeringsartsen dossierstudies en psychische onderzoeken uitvoerden. De medische rapporten zijn gemotiveerd, consistent en voldoen aan de kwaliteitseisen. De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiser op de datum in geding (1 november 2021) niet volledig arbeidsongeschikt was, omdat geen sprake was van de uitzonderingscategorieën die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom zijn belastbaarheid is onderschat, ook niet met de ingebrachte medische stukken. De arbeidsdeskundige beoordeling bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, het UWV-besluit in stand blijft en eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 59,84% wordt ongegrond verklaard.