In deze kortgedingprocedure vordert eiseres sub 1 c.s. nakoming van een managementovereenkomst met gedaagde sub 1 c.s., een artiest. De overeenkomst werd op 14 november 2024 door gedaagde sub 1 c.s. opgezegd en later buitengerechtelijk ontbonden. Eiseres sub 1 c.s. stelt dat deze opzegging en ontbinding niet rechtsgeldig zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de ontbinding gegrond is vanwege een toerekenbare tekortkoming van eiseres sub 1 c.s., die alle zakelijke en financiële beslissingen eenzijdig nam, terwijl de overeenkomst gezamenlijke besluitvorming voorschrijft. Dit heeft geleid tot een fors negatief eigen vermogen van de gezamenlijke vennootschap en tegenstrijdige belangen.
Ten aanzien van de opzegging geldt dat hoewel formele vereisten niet zijn nageleefd, deze onder de omstandigheden zinloos zijn geworden door de 50/50 aandelenverhouding en het ontbreken van een arbiter. Bovendien is het onredelijk om van gedaagde sub 1 c.s. te verlangen zich aan de 36 maanden opzegtermijn te houden gezien het negatieve eigen vermogen en de gebrekkige samenwerking.
De voorzieningenrechter acht het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter de opzegging en ontbinding zal bevestigen en wijst daarom de vordering tot nakoming af. Ook vorderingen tot staken van vermeende onrechtmatige uitlatingen en schriftelijke opgave van optredens worden afgewezen. Proceskosten worden verdeeld conform de uitspraken in incident en hoofdzaak.